Nieuwsoverzicht
Blog

Palmolie versus Pongamia

Roderick Schlimmer
8 februari 2022
3 min.
Image

Een vergelijking tussen twee verschillende biobrandstoffen 

Aan het begin van een werkdag heeft het grootste gedeelte van Nederland, zonder daar zelf altijd bewust van te zijn, al drie keer Palmolie gebruikt. Denk aan shampoo onder de douche, tandpasta tijdens het tandenpoetsen en de boterham met pindakaas bij het ontbijt. Volgens het Wereldnatuurfonds is Palmolie de meest gebruikte plantaardige olie op de planeet. Wat slechts weinig mensen weten is dat Palmolie niet alleen voor consumentenproducten, maar ook als biobrandstof veelvuldig gebruikt wordt. Bijvoorbeeld binnen de transportbranche. Heel veel vrachtauto’s rijden op blended diesel van Palmolie. Aangezien wij zelf pretenderen aardig wat van biobrandstoffen af te weten, zullen we in deze blog een vergelijking maken tussen Palmolie en Pongamiaolie om voor eens en altijd vast te stellen welke als biobrandstof het beste is. 

Waarom gebruiken we Palmolie als biobrandstof? 
Omdat het goedkoop en veelzijdig is. 85% van de wereldwijd gebruikte Palmolie is afkomstig uit Indonesië en Maleisië. In deze landen zijn zowel de grondstofprijzen als de lonen laag en dit resulteert in lage olieprijzen. Naast het feit dat Palmolie goedkoop is, is het ook veelzijdig in gebruik. Het heeft een neutrale geur en mengt goed met andere oliesoorten. De transportbranche maakt veelvuldig gebruik van deze biobrandstof omdat de prijzen van fossiele brandstof steeds hoger worden. Verwacht wordt dat deze trend de komende decennia aanhoudt. Alternatieven zoals Palmolie en Pongamia olie zullen daarmee steeds belangrijker worden. Dat Pongamia een duurzaam alternatief is voor fossiele brandstof benoemen wij zeer regelmatig. Maar hoe duurzaam is Palmolie eigenlijk? 

De duurzaamheid van Palmolie
In potentie is Palmolie duurzaam. Maar op de manier hoe Palmolie nu verbouwd wordt is dat het zeker niet. Dit wordt al jaren onder de aandacht gebracht door o.a. Greenpeace. Zij benoemen vooral de ontbossing en het teeltproces als grote boosdoeners. Doordat de vraag naar Palmolie al jaren sterk toeneemt wordt ook de productie al jaren opgeschaald. Dit leidt ertoe dat steeds meer boeren in bijvoorbeeld Zuid-Oost Azië zijn overgestapt op het verbouwen van de Oliepalm (de boom wiens vruchten de grondstof voor Palmolie vormen). De gevolgen zijn rampzalig. De oerwouden die nodig zijn voor het behoud van ecologische systemen worden gekapt en verbrand om plaats te maken voor Oliepalmplantages. Diverse natuurlijke vegetatie gaat bij het kappen verloren en maakt plaats voor een monocultuur van Palmplantages. Dit verstoort bovendien het natuurlijk evenwicht met alle gevolgen van dien.
Voor het verbouwen en het persen van de Palmolie is bovendien veel water nodig. Dit water is na het persen vervuild en wordt vervolgens in de nabijgelegen rivieren gedumpt wat uiteraard weer zorgt voor milieuschade. Daarnaast worden er veel bestrijdingsmiddelen gebruikt op de plantages. In de eerste plaats om te voorkomen dat ratten de vruchten opeten, maar de bestrijdingsmiddelen doden ook andere dieren binnen de voedselketen. Al met al zorgt al het bovenstaande ervoor dat de gangbare wijze van Palmolie productie niet bepaald duurzaam is. 

Kan het dan helemaal niet duurzaam?
Jawel. Er zijn (gelukkig) nog projecten die op een duurzame wijze Palmolie produceren. Deze projecten zorgen ervoor dat de Palmolie die zij verkopen niet verkregen is door het kappen van oerwoud. Het keurmerk hiervoor is RSPO; wat staat voor Roundtable on Sustainable Palm Oil. RSPO is een non-profit organisatie die de 7 schakels van de Palmolie productie samenbrengt. Deze schakels zijn boeren, handelaren, producenten van consumentengoederen, verkopers, banken, milieuorganisaties en overheden. RSPO stelt sociale- en milieuvoorwaarden om de volledige keten te verduurzamen. Wanneer deze voorwaarden nageleefd worden ontvangen de partijen het RSPO-certificaat. 

Hoe verhoudt de Oliepalm zich dan tot de Pongamia boom?
Voordat we de verschillen benoemen zullen we eerst de overeenkomsten onder de loep nemen. Beide bomen gedijen het beste in tropische omstandigheden, binnen 30 graden rond de evenaar. Daarnaast zijn beiden uitermate geschikt voor de productie van biobrandstof. Ze staan zelfs in de top 4 van gewassen met de hoogste olieproductie per hectare, per jaar! Respectievelijk 5950 liter olie voor Oliepalm en 4000 liter voor Pongamia. De olie die verkregen wordt uit de vruchten is wel verschillend. Zo is Palmolie bruikbaar voor zowel dagelijkse producten als biobrandstof. Pongamiaolie kan in principe ook verwerkt worden tot grondstof voor dagelijkse consumentenproducten maar met een minder goed verdienmodel dan de verwerking tot biobrandstof. Ook qua oogstfrequentie is er een verschil: De oliepalm is na 3 jaar klaar voor de eerste oogst. Pongamia pas na 3 tot 4 jaar. Daarnaast kan de oliepalm het hele jaar door oogstopbrengsten leveren en Pongamia maar één keer per jaar. Tot zover lijkt duurzaam verbouwde Palmolie dan ook op alle fronten beter dan Pongamia. Dat is waar, totdat je ook de zogenaamde carbon intensity meerekent.

Figuur 1: tabel olieproductie en carbon intensity

Carbon Intensity?
De relatie tussen klimaat en economie wordt vaak uitgedrukt in emissie-intensiteit of Carbon Intensity. Dit is een cijfer van de uitstoot van broeikasgassen van een bepaalde bedrijfstak per euro toegevoegde waarde. Dit getal kan gebruikt worden om het milieueffect van verschillende brandstoffen of activiteiten te vergelijken: hoe hoger de emissie-intensiteit, hoe vervuilender het product. Guess what? De Carbon Intensity van de Oliepalm is 37. Die van de Pongamia boom slechts 14,1

Let’s wrap it up. Welke olie is nu écht duurzaam?
We kunnen er niet omheen: het grootste gedeelte van de wereldbevolking gebruikt dagelijks Palmolie. Niet alleen in consumptiegoederen, maar ook als brandstof. De veelzijdigheid van Palmolie is dus een pluspunt! Daarnaast is de olie tijdens het verwerken en het gebruik redelijk duurzaam. Echter, de manier waarop oliepalmen over het algemeen verbouwd worden is dat zeker niet! Elke dag verdwijnen er vele hectares oerwoud voor de aanleg van nieuwe plantages. Palmolie met een RSPO-certificaat is een prima product, maar helaas is gecertificeerde olie eerder een uitzondering dan de norm. 

Pongamiaolie is minder veelzijdig dan Palmolie. Hierdoor wordt deze olie op dit moment uitsluitend gebruikt voor biobrandstof. Op dat punt verliest het dus van Palmolie. Echter, omdat wij Pongamia verbouwen op marginale grond (land dat al meer dan 10 jaar ontbost is en niet geschikt voor het verbouwen van voedsel) concurreren we – in tegenstelling tot voor brandstof verbouwde oliepalmen – niet met schaarse landbouwgrond. Bovendien planten we per hectare relatief weinig bomen aan. Hierdoor voorkomen we monocultuur en houden we ruimte voor natuurlijke vegetatie. Dit staat in schril contrast met boeren die steeds meer oerwoud kappen om aan de vraag van Palmolie te kunnen voldoen. Wanneer we al het bovenstaande in ogenschouw nemen en dan ook nog de respectievelijke Carbon Intensities van 37 tegenover 14,1 voor Palmolie en Pongamiaolie zetten, komt Pongamia op het gebied van duurzaamheid dan ook als onbetwiste winnaar uit de bus. Als biobrandstof is Pongamiaolie vele malen beter dan Palmolie.

Bronnen:

  1. https://www.tudelft.nl/citg/onderzoek/stories-of-science/op-weg-naar-duurzame-palmolie
  2. https://www.greenpeace.org/aotearoa/story/5-problems-with-sustainable-palm-oil/
  3. https://ce.nl/wp-content/uploads/2021/03/CE_Delft_190370_Vuile_Handen_DEF.pdf
  4. https://www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl/bouwstenen-bedrijvenbeleid/verduurzaming-industrie/verduurzaming-industrie-internationaal
  5. https://www.greenpeace.org/nl/natuur/478/vragen-over-palmolie/
  6. http://journeytoforever.org/biodiesel_yield.html
  7. Corekees’ interne bronnen

 

Deel deze post