Nieuwsoverzicht
Blog

Het ontstaan van WeCol

Claudia Esveldt
17 november 2022
4 min.
Image

Tapuwa Ndwonge en Andrew Amadai zijn veteranen in de Keniaanse energiesector. Tapuwa heeft gestudeerd in Nieuw Zeeland en werkte al 10 jaar als Operations Manager bij een transportbedrijf gespecialiseerd in brandstof. Andrew is Chemisch Ingenieur en werkte al ruim 25 jaar voor verschillende energiebedrijven, waarvan de laatste tien jaar als specialist op het gebied van biobrandstof.

Dezelfde droom

Toen Tapuwa en Andrew elkaar in korte tijd twee keer ontmoetten kwamen ze tot de ontdekking dat ze allebei met dezelfde dingen bezig waren en dat ze allebei dezelfde droom hadden: afvalstromen omzetten naar energie. Na enkele gesprekken kwamen ze tot de conclusie dat ze samen sterker zouden zijn en besloten met elkaar een bedrijf op de richten. Tapuwa zou zich richten op de zakelijke-, en Andrew op de technische aspecten. Zo gezegd, zo gedaan: enige tijd later zag Wecol Ltd het levenslicht.

Wecol is een acroniem en staat voor Waste Energy Company Limited. Het bedrijfsmodel was om grondstoffen te ‘ontginnen’ van stortplaatsen en afvalterreinen en deze om te zetten in energie. Hun aandacht ging uit naar Dandora, de grootste vuilstortplaats van Nairobi, om daar samen te werken met gemarginaliseerde gemeenschappen en jeugdgroepen. Dandora ligt vol met oude autobanden en plastic, en de technologie waar ze zich op richtten kon beide grondstoffen verwerken.

Na een succesvolle proof of concept vonden ze vlak voor de Keniaanse presidentsverkiezingen van 2017 een investeerder. Deze partij, een fondsbeheerder, stemde in met de financiering, maar wilde de uitslag van de verkiezingen afwachten. Helaas duurde de verkiezingsuitslag niet de gebruikelijke twee weken maar twee maanden. De investeerder werd ongeduldig en trok het geld terug. Hij verplaatste zijn voltallige investeringsportefeuille naar een ander land… 

Terug naar de tekentafel 

Tapuwa en Andrew hadden het product getest, de markt getest én alle belanghebbenden aan boord, maar hadden op het laatste moment geen geld om te kunnen starten. Vastberaden om zich niet uit het veld te laten slaan besloten ze toen over te schakelen op zogenaamd laaghangend fruit. Ze schakelden over op Plan B: het omzetten van landbouwafval naar biomassa brandstof. Het concept bleef hetzelfde, maar de grondstof veranderde. Het produceren van brandstof uit biomassa zou namelijk stukken goedkoper zijn dan uit plastic.

In datzelfde jaar kwam in Kenia bovendien ook een verbod op wegwerp plastic. Hierdoor kregen andere potentiële investeerders koudwatervrees. Men had angst voor de langetermijn levensvatbaarheid van energie uit plastic. Bovendien gingen potentiële klanten in die periode óók over op het gebruik van biomassa. Wecol ging samenwerken met suikerfabrikanten, die grote bergen Bagasse hadden, het suikerrietafval dat overblijft na het persen van de rietstengels.

Deze fabrikanten hadden enorme stapels Bagasse. Duizenden tonnen Bagasse! Ze werden bovendien onder druk gezet door NEMA, de Nationale Milieu Autoriteit van Kenia, om deze afvalbergen op te ruimen. Bagasse heeft namelijk meer dan zes jaar nodig om biologisch af te breken. Daardoor hoopt het zich op, en omdat het geen voedingswaarde heeft (alle fructose is er al uit geperst) groeit er niets op. Het is gewoon een hoop afval. Het slechtste aan deze Bagasse afval is dat het zuur is, en dat dit zuur bij regen stroomafwaarts de rivieren in loopt en zo deze rivieren vergiftigt…

Hoewel Wecol in 2018 zo’n vijftien ton bagasse briketten per dag produceerde, wisten ze dat het geen innovatief idee was. Andere partijen deden het ook, en de groeipotentie was te klein. Uit officiële studies van het National Bureau of Statistics bleek dat er in heel Kenia een totale vraag was van 4800 ton Bagasse briketten per dag, maar de suikerindustrie produceerde maar 200 ton bagasse per dag. Andrew en Tapuwa begonnen te rekenen en realiseerden zich al snel dat hun gehele Bagasse overschot binnen zeven jaar weggewerkt zou zijn. Wat zouden ze doen in jaar acht?

De oplossing

Ze kwamen tot de conclusie dat Bagasse niet circulair is, en dat energie, om op lange termijn te kunnen slagen, wél circulair moet zijn. Ze verlegden hun onderzoek naar andere oplossingen en zo kwam Olifantsgras in beeld. Het heeft alle eigenschappen voor een succesvol energiegewas. Het houdt 20% van de CO2 die het opneemt vast in zijn wortels, voorkomt bodemerosie, verbetert biodiversiteit, creëert een circulaire alternatieve brandstof en kan geplant worden op arme, braakliggende grond. Dat laatste is belangrijk omdat ook Wecol, net als Corekees, uit morele overtuigingen geen energiegewassen op vruchtbare landbouwgrond wil planten.

Aangezien Kenia voor meer dan 60% uit marginale grond bestaat kunnen we met het planten van Olifantsgras onbenut land ontsluiten! Op die manier kunnen we braakliggend terrein herbestemmen tot landbouwgrond voor Olifantsgras en een nieuwe economische activiteit toevoegen aan dat gebied en tegelijkertijd de Keniase energietransitie ondersteunen. Het planten van Olifantsgras als energiegewas is niets nieuws. Het wordt in de Verenigde Staten, Thailand en Oostenrijk al grootschalig toegepast. In Kenia is het echter nog nooit gedaan, en is Wecol met onze hulp de eerste die dit product daar op de markt brengt.

Deel deze post