Nieuwsoverzicht
Blog

Investeer in de toekomst

Claudia Esveldt
14 april 2022
10 min.
Image

Een pleidooi voor volledige decarbonisatie

Stop met het financieren van fossiele brandstof

Miljarden gaan erin om: de sponsoring van de oude olie grootmachten en het subsidiëren van fossiele brandstoffen met overheidsgeld. Dat terwijl er voldoende bewezen alternatieven voorhanden zijn. Het is tijd voor een grondige herziening van ons energiegebruik. We moeten onze afhankelijkheid van aardolie versneld afbouwen, fors investeren in duurzaamheid naar Duits model, per direct stoppen met het subsidiëren van fossiele brandstof en meer aandacht geven aan de mogelijkheden van biobrandstoffen.

De sponsoring van oude olie grootmachten

De top 10 van grootste olieproducenten levert 71 procent van de olie in de wereld, dat is meer dan 100 miljoen vaten per dag. Naast koplopers Verenigde Staten en Canada vinden we binnen de top 10 namen als Saoedi-Arabië, Rusland, China en Iran. Met elkaar zijn deze landen goed voor 31 procent van de wereldwijde olieproductie. Los van de ecologische ramp die zich voor onze ogen voltrekt is er nog een belangrijke reden waarom we onze consumptie van hun fossiele brandstof niet langer kunnen rechtvaardigen. Door onze afhankelijkheid van hun olie zijn we indirect medeverantwoordelijk voor zaken als de financiering van oorlog in Oekraïne, heropvoedingskampen in China en overige mensenrechtenschendingen in plekken als Saoedi-Arabië en Iran. Een veelgehoord argument tegen het afbouwen van onze fossiele brandstof verslaving is onze afhankelijkheid. Critici beweren dat het simpelweg onmogelijk is om al onze energiebehoefte uit hernieuwbare bronnen te halen. Op het eerste gezicht is dat een begrijpbaar standpunt maar klopt dit wel?

Tijd voor 100 procent hernieuwbare energie

Als we zouden stoppen met het verbruiken van fossiele brandstoffen, zouden we dan genoeg alternatieven kunnen ontwikkelen om de hele wereld van 100% hernieuwbare energie te voorzien? Volgens een in 2017 gepresenteerd onderzoek van de LUT Universiteit in Finland en de Energy Watch Group, een Duitse non-profit organisatie, is het antwoord ‘Ja’.  De bijna vijf jaar durende studie simuleerde een wereldwijde overgang naar 100 procent hernieuwbare energie tegen 2050 in alle sectoren – van elektriciteit, warmte, transport en waterzuivering/ontzilting – en toonde aan dat een duurzaam energiesysteem efficiënter en kosteneffectiever is dan ons huidige energiesysteem. Bijna de volledige energievoorziening kan worden geproduceerd met behulp van een mix van bestaande en lokaal beschikbare hernieuwbare energiebronnen. In het rapport wordt benadrukt dat decentralisatie van de energieproductie van vitaal belang zal zijn voor een grotere efficiëntie. Bovendien moeten we overschakelen naar op elektriciteit gebaseerde bronnen of biobrandstoffen, zoals biodiesel of algenbrandstoffen.

“Een volledige decarbonisatie van het elektriciteitssysteem tegen 2050 is mogelijk tegen lagere systeemkosten dan vandaag op basis van de beschikbare technologie. De energietransitie is niet langer een kwestie van technische haalbaarheid of economische levensvatbaarheid, maar van politieke wil”

Aldus Christian Breyer, hoofdauteur van de studie, LUT-hoogleraar Zonne-economie en voorzitter van de wetenschappelijke raad van de EWG.

Daarnaast voorspelt het rapport dat een volledig hernieuwbaar wereldwijd energiesysteem naar schatting 35 miljoen lokale banen zal opleveren, waarbij zonne-energie de belangrijkste bron van werkgelegenheid zal zijn. Dit rapport is het eerste in zijn soort en een gedetailleerde studie die bewijst dat 100% hernieuwbare energie absoluut mogelijk is. De vraag rijst vervolgens of er ook concrete voorbeelden zijn van landen die op dit moment al serieuze resultaten laten zien. Het antwoord is ook hier: ‘Ja’. Onze Oosterburen laten zien hoe het óók kan.

Investeren naar Duits model

Duitsland is wereldwijd een van de koplopers bij de opwekking van groene energie. Het land heeft ambitieuze doelstellingen voor het terugdringen van zijn CO2-uitstoot en de uitbreiding van het aandeel duurzame energie in de nationale energiemix. De belangrijkste bronnen van groene energie in Duitsland zijn windenergie, zonne-energie en biomassa. In 2015 werd al dertig procent van de energie opgewekt uit duurzame bronnen. In 2025 moet dit 45 procent zijn en in 2050 maar liefst 80 procent. Ter vergelijking: in Nederland is anno 2022 slechts 12,5 procent van alle energie afkomstig uit hernieuwbare bronnen.

Deze zogenaamde ‘Energiewende’ of totaal andere energie-koers heeft de Duitser geen windeieren gelegd. Zo zijn er de afgelopen jaren 380.000 banen gecreëerd in de groene sector! De drijvende kracht achter deze verduurzaming zijn de Stimuleringswet voor Duurzame Energie, de Erneuerbare-Energien-Gesetz (EEG) uit 2000. De EEG moest Duitsland minder afhankelijk maken van energie-import uit het buitenland, het milieu ontzien en zorgen dat Duitsland koploper worden op het gebied van groene-energieproductie en groene technologie. Energiebedrijven werden verplicht om groene stroom tegen een gegarandeerde prijs in te kopen van producenten. Uitbaters van zonnepanelen, windmolens etc. kregen zo feitelijk voorrang op het stroomnet. Voor huishoudens en bedrijven werd het hierdoor aantrekkelijker om in duurzame energiebronnen te investeren. Ook kwam er een subsidie op de aanschaf van zonnepanelen. Door de EEG is het aandeel duurzame energie binnen het netwerk flink gestegen. Vooral windenergie heeft een enorme impuls meegemaakt. Meer dan 30 procent van de Europese capaciteit aan windenergie stond in 2014 in Duitsland.
Het wordt tijd dat Nederland dit Duitse model kopieert en waar mogelijk verbetert. Te beginnen met het zogenaamde laaghangend fruit: wie kan er immers verklaren waarom we in het Nederland van 2022 nog steeds fossiele brandstoffen subsidiëren?

Afschaffen van Nederlandse subsidies op fossiele brandstoffen

Het gebruik van fossiele brandstoffen wordt in Nederland fors gestimuleerd. Het gaat hierbij niet om gewone subsidies, maar om zogenaamde belastingsubsidies: belastingkortingen of zelfs vrijstellingen voor zeer grote verbruikers. De miljarden vliegen je om de oren in het rapport ‘Subsidies en publieke financiering voor fossiele brandstoffen in Nederland’.

Op basis van algemeen aanvaarde definities van de Wereldhandelsorganisatie WHO bracht Milieudefensie alle directe subsidies, belastingvoordeeltjes en vormen van prijsondersteuning voor vervuilende bedrijven in kaart. Wat blijkt? De overheid steunt bedrijven die drijven op fossiele brandstoffen sinds 2016 met jaarlijks 8,3 miljard euro. Belangrijkste ontvangers zijn de lucht- en de scheepvaart: doordat KLM en andere vliegmaatschappijen geen btw over hun kerosine hoeven te betalen en tickets belastingvrij zijn, ontvangen ze elk jaar een meevaller van 2,1 miljard euro. De scheepvaart, waar brandstoffen eveneens belastingvrij zijn, krijgt daarmee zo’n 1,4 miljard euro voordeel per jaar.

Investeer in de productie van biobrandstof

Wind- en zonne-energie zijn geweldige producten maar ze hebben één groot probleem: electra laat zich niet goed transporteren over grote afstanden. Hoewel waterstof op termijn de functie als batterij kan vervullen is het raadzaam om niet op één enkel paard te wedden. Kernenergie is een heikel punt. Hoewel uitstootvrij vallen er genoeg argumenten tegen het gebruik van deze vorm van brandstof te formuleren. Om de energietransitie voort te stuwen pleiten wij daarom voor grotere investeringen in biobrandstoffen. Deze vorm van energiedragers zijn helaas nog niet geheel zonder problemen. Eerste en tweede generatie biobrandstoffen (bio-ethanol gemaakt van landbouwgewassen of afvalstoffen) concurreerden soms met voedselproductie en bleken bij verbranding in de motor voor problemen te zorgen. Brandstof uit Algen, een derde generatie biobrandstof, leek in eerste instantie veelbelovend, maar deze vorm van biobrandstofproductie heeft zoveel water, stikstof en fosfor nodig om te groeien dat de productie van biobrandstof algen en hun grondstoffen meer broeikasgasemissies zou veroorzaken dan er wordt bespaard door biobrandstof op basis van algen te gebruiken. Na meer dan 600 miljoen USD te hebben geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling van algen, kwam Exxon Mobil in 2013 tot de conclusie dat biobrandstoffen op basis van algen pas over ten minste 25 jaar levensvatbaar zullen zijn.

Wat dan wel?

Is Pongamia, een vierde generatie biobrandstof, dan misschien de oplossing? Wij denken van wel. In het volgende deel van deze blogpost gaan we daarom de diepte in en vertellen we je alles over de immense mogelijkheden van deze bomen en hun noten…

Bronnen:
  • https://duitslandinstituut.nl/naslagwerk/269/groene-energie
  • https://solarmagazine.nl/nieuws-zonne-energie/i26179/nederland-produceert-25-procent-meer-stroom-met-zonnepanelen-ruim-33-procent-stroom-is-duurzaam
  • https://www.parool.nl/nederland/milieudefensie-nederland-sponsort-fossiele-industrie-met-8-3-miljard-euro-per-jaar~b1eeecb4/
  • https://www.ig.com/nl/trading-strategieen/world-s-biggest-oil-producers-210126
  • http://energywatchgroup.org/wp-content/uploads/EWG_LUT_100RE_All_Sectors_Global_Report_2019.pdf
  • https://www.lut.fi/web/en/-/fully-renewable-electricity-worldwide-is-feasible-and-more-cost-effective-than-the-existing-system
  • https://www.flandersinvestmentandtrade.com/export/sites/trade/files/market_studies/2020-Report%20energy%20sector%20Sweden.pdf
  • https://www.energy.gov/eere/articles/who-needs-biofuels-cost-competitive-renewable-fuels-are-demand
  • https://www.bredenoord.com/nl/kennis/biobrandstof/
  • https://biofuel.org.uk/third-generation-biofuels.html
Deel deze post